Het is nu di aug 14, 2018 11:35 am

Alle tijden zijn GMT + 1 uur




Plaats een nieuw onderwerp Antwoord op onderwerp  [ 3 berichten ] 
Auteur Bericht
 Berichttitel: Gula & Luxuria
Geplaatst: vr jul 19, 2013 3:12 pm 
Avatar gebruiker

Geregistreerd: vr jun 21, 2013 4:38 pm
Berichten: 811
Woonplaats: Edam
Dag allen,

Hierbij twee korte verhalen. Deze had ik gereed voor een schrijfwedstrijd die door overlijden organisator geen doorgang kon vinden. Het betrof een 7-zonden wedstrijd. Ik koos de zonden Gula (vraatzucht) en Luxuria (lust).
Met name Luxuria-verhaal Bevrijdende Zonde had uitgebreider gemogen, maar ik zat aan de woordenlimiet van 2500 woorden.
Ik hoop de zonden enigszins origineel vorm te hebben gegeven.

Ze zijn reeds gepubliceerd door de NL Stephen King Fanclub.

Veel leesplezier!


Gevangen

Toen ik na de laatste hap gefrituurde kip naar beneden keek, zag ik dat mijn witte shirt vol zat met vetvlekken. Ik ergerde mij daaraan, maar besloot te wachten tot mijn moeder me zou wassen. Het servet dat ik langs mijn kin haalde had ik tijdens mijn maaltijd al constant gebruikt en ik vroeg me af of ik het vet daadwerkelijk van mijn kin veegde of er juist meer opsmeerde. Het maakte niet uit, ik was toch nog niet klaar. Ik riep en hoorde niets. Ik keek op de klok: kwart voor elf, straks lunchtijd. Ik riep nog eens, harder dit keer. Van boven hoorde ik een antwoord, onverstaanbaar en hol. Ze was in de badkamer. Ik gooide mijn plastic bord samen met het verfrommelde servet richting de deur. Ik woonde in de ruimte die ooit kantoor annex studiekamer annex naaiatelier was geweest, hetgeen in feite betekende dat er maar weinig gebruik van werd gemaakt. Toen het te moeilijk voor mij werd om de trap op te lopen, werd de kamer omgedoopt tot mijn slaapkamer. Ik kan me nog goed de minachtende blikken herinneren van mijn ooms die mijn bed naar beneden kwamen sjouwen. Ik hoorde één van hen tegen mijn moeder zeggen dat het slechts een kwestie van tijd was voordat ik helemaal niet meer uit bed zou kunnen komen. Hoewel hij uiteindelijk gelijk kreeg, was het niet aan hem om zich met mijn manier van leven te bemoeien. Dat vond ik toen en dat vind ik nog steeds.
Ik hoorde het doffe geluid van mijn moeders pantoffels naderen. “Dag lieverd!” riep ze uitbundig toen ze mijn kamer binnendartelde. “Ik hoorde je wel, hoor, maar ik zat even op de wc. Moet ook gebeuren, toch?”
Omdat ik al in geen jaren een echt toilet had gebruikt kon ik dat laatste tegenspreken, maar ik besloot haar opmerking te negeren. “Mam, pak even een bak ijs en een cola voor me.”
Ze wierp een blik op de klok aan de muur. “Je hebt toch net ontbeten? Het is straks alweer lunchtijd.”
“Ja, dat snap ik ook wel! Ik kan toch ook klokkijken, of niet soms? Ik ga geen uur wachten, ik heb nú honger en ik kan het zelf niet pakken!”
Dit was geen schreeuwen meer, ik búlderde naar haar. Bulderen op amper twee meter afstand, dat zou geen zoon zijn moeder aan moeten doen. Maar ja, dat is allemaal achteraf. Op dat moment leek het gerechtvaardigd. Ze maakte me soms gewoon zó boos.
Tot mijn genoegen deinsde ze geschrokken achteruit. Ze raapte automatisch mijn bord en servet op en haastte zich mijn kamer uit, haar opgetogenheid was verdwenen.
Ik at mijn ijs en dronk mijn cola. Als lunch bracht mijn moeder mij patat, twee hamburgers en kipnuggets. Als ik had geweten wat daarna zou komen, zou ik wat meer van die maaltijd hebben genoten.
Je weet vast wel hoe het is als je een kruimel in je schoen hebt die maar niet verdwijnt, hoe vaak je je schoen ook uitschudt. Het neemt steeds meer aandacht in beslag tot je niets anders ziet, hoort en voelt en het uitschreeuwt.
Mijn kruimel kwam in de vorm van Erik Scheltens, of nee…. dókter Erik Scheltens.
Vanuit de stoel die mijn moeder van de eethoek naar mijn kamer had verplaatst keek hij om zich heen. Hij probeerde een neutraal gezicht te houden, maar zijn trekkende bovenlip verraadde zijn walging. Ik haatte zijn keurende blik die over mijn leven gleed. Uiteindelijk keek hij me over zijn brilletje heen aan met een blik die maakte dat ik hem vol in zijn gezicht wilde stompen.
Na mijn geschreeuw die ochtend had mijn moeder de huisarts gebeld. Ten einde raad, aldus Scheltens. De huisarts had met spoed een afgezant geregeld in de vorm van Erik Scheltens, hoogleraar Kwakzalverij met als specialisme morbide obesitas.
“Mijnheer Veerman…. Peter,” begon hij. “Je moeder maakt zich zorgen over je, naar mijn mening is dat terecht. Op dit moment is je gewicht niet bekend, maar gebaseerd op mijn ervaring schat ik je op zo’n vierhonderdvijftig kilo. Het is niet nodig om nu te gaan wegen, want dat is in jouw geval een ingewikkelde procedure en ook zonder die kennis is duidelijk dat je veel gewicht zal moeten verliezen.”
Terwijl gedachten aan genant grote mensenhijskranen zich opdrongen, wierp ik mijn moeder een vuile blik toe. Ze sloeg schuldbewust haar ogen neer en begon fervent onzichtbare pluisjes van haar schoot te plukken.
“We beginnen met het aanpassen van je eetpatroon,” ging Scheltens verder. “Geen tussendoortjes en toetjes meer. Dus geen snoep, chips, ijs, enzovoort. Ik stel een schema op van drie maaltijden per dag, met wat fruit en zuivel tussendoor. Frituren is uit den boze, net als alle andere vettige zaken.”
Hij keek mij aan, maar hij leunde tijdens zijn monoloog een beetje richting mijn moeder en ik wist dat zijn woorden vooral tegen haar gericht waren. Ze inspecteerde nog altijd de stof van haar rok, haar voorhoofd getekend door fronsrimpels, haar mond een dunne streep. Ze hoorde ongetwijfeld alles wat Scheltens ons vertelde, maar in gedachten was ze bij het moment waarop de dokter de deur achter zich dichttrok en we weer met zijn tweeën zouden zijn. Ze had me nog nooit zoiets aangedaan en kon dus niet weten hoe ik zou reageren, maar ik wed dat ze zich daar op dat moment een levendige voorstelling van kon maken.
Mijn moeder stopte met pluisjes zoeken en keek op. Het was stil, Scheltens staarde me aan.
“Huh, wat?”
“Ik vroeg of je veel koffie drinkt.”
“Alleen ’s morgens.” Ik opende mijn mond om wat toe te voegen, maar sloot hem snel weer. De dokter merkte het. “En wat drink je dan zoal gedurende de dag?”
“Gewoon, cola.” Ik zei het zo luchtig mogelijk – gewoon wat cola, niets aan de hand toch? – maar ik wist dat ik in de problemen zat.
“Cola bevat té veel caffeïne en té veel suiker.” Door de manier waarop hij het zei klonk het als: je bent een té grote idioot. Waarschijnlijk was dat wat hij eigenlijk wilde zeggen. “Alle frisdrank is vanaf heden verboden terrein. Een kopje koffie in de ochtend vind ik geen probleem, thee mag de hele dag door. Houd het verder bij water en probeer zo’n twee liter per dag te drinken, dat is inclusief de thee.”
De moed zonk me in de schoenen. Mijn moeder wist nu dat ik geen cola mocht hebben – ik betwijfel of ze het mij zou hebben geweigerd als de goede dokter het niet zo expliciet verboden had – en ik lustte geen water of thee zonder suiker. Erger dan dit kon het niet worden, dus ik besloot het erop te wagen. “Mag ik mijn thee met suiker drinken?” Ik hoorde een smekende ondertoon in mijn stem en haatte mezelf erom.
Scheltens hoorde het ook en beloonde me met een zelfvoldane glimlach. “Dat ligt eraan. Hoeveel suiker gebruik je op een mok?”
“Drie schepjes.”
Ik hoopte dat ik het minder kon laten lijken door het te verkleinen, maar Scheltens’ glimlach verdween. “Ik begrijp dat we je gewoonten ingrijpend veranderen, dus ik kom je wat tegemoet. Eén theelepel suiker op een mok thee. Wat zeg je daarvan?” De laatste zin sprak hij uit met het enthousiasme van iemand die zojuist een enorme traktatie heeft uitgedeeld. Ik knikte en dwong mezelf tevreden te zijn met mijn nietige overwinning.
Bij zijn vertrek hoorde ik hem in de hal tegen mijn moeder praten. “Ik zal vandaag een schema opstellen. Ik heb uw e-mail adres al van de huisartsenpraktijk gekregen, dus u heeft het vanavond in uw mailbox. Voor het avondeten vandaag stel ik voor dat u een kipfilet bakt – liefst in de oven en zonder zout alstublieft – met rijst en salade erbij.”
Blijkbaar mocht ik niet alles horen, want hij ging zachter praten. Hij drukte ongetwijfeld mijn moeder op het hart dat ze zich aan het dieetschema moest houden en dat ze niet mocht toegeven aan mijn smeekbedes om suiker en andere zondige dingen. Zij was immers degene die het zo ver had laten komen, hij moest zorgen dat het niet weer fout zou gaan.
Ik hoorde de deur in het slot vallen en wachtte tot mijn moeder weer naar mijn kamer zou komen. Ze kwam niet. In plaats daarvan hoorde ik haar jas ruisen en ritsen en haar sleutels rinkelen. “Ik ben even naar de winkel!” Toen was ze weg, handig gevlucht voor mijn woedende uitbarsting.
Toen ze terug was ruimde ze zwijgend de scherven op van de schemerlamp die ik tegen de muur had gesmeten. Ze legde het dekbed terug aan het voeteneind en mijn kussen achter mijn hoofd. Ik had meer schade willen aanrichten, maar een aan bed gekluisterde man moet het doen met wat binnen handbereik is.
Terwijl ze mijn hoofdkussen fatsoeneerde zoals ze al zo veel keren had gedaan, was haar mond weer die verbeten streep. Ik zag tranen in haar ogen. Ze kwelde niet alleen mij, maar ook zichzelf en ik begreep niet waarom. Ze bracht me thee. Na twee slokken zette ik mijn mok weg, ik wilde geen thee. Ik had honger.
Ik was van plan geweest de magere maaltijd te weigeren, maar mijn honger was te sterk. Het was snel op en ik was niet voldaan. Ik kreeg geen toetje. Het gevecht tegen mijn moeder was begonnen, en ik was bang dat ik zou verliezen.
Na een onrustige en vooral hongerige nacht vroeg ik om een kop koffie en twee boterhammen. Die kreeg ik. Mijn ontbijt was op voordat ik het wist. Ik vroeg om gebakken eieren. Die kreeg ik niet. Ik weet niet meer om hoeveel dingen ik die ochtend heb gevraagd. Gebakken spek, vla, ijs, kip (niet de oven-variant), vissticks. Als ze elders in het huis was, kreeg ik geen reactie. Als ze op mijn kamer was, schudde ze alleen haar hoofd. Dat stille gebaar maakte me woest, maar ik zei niets. Ik was me steeds sterker bewust van mijn eigen immobiliteit en besloot er maar in mee te gaan. En ik deed mijn best, echt waar. Maar ik had zo’n honger.
Het zou later erger worden, dat weet ik nu, maar die week was een absolute hel. De ‘maaltijden’ van Scheltens bestonden uit een paar happen zielloos voedsel dat meer naar karton smaakte dan naar iets anders. Mijn moeder, de solidariteit zelve, deed met mij mee. Zij vond dat het allemaal prima smaakte en daarmee was mijn laatste kans op wat medeleven – in de vorm van ijs of cola – verkeken. Ik leed in stilte en volgde braaf mijn dieet. Als ze zou zien hoezeer ik mijn best deed om af te vallen, zou ze misschien wat toegeven. Ik weerstond de aandrang om te smeken om voedsel zoals ik die eerste ochtend had gedaan. De honger was ondraaglijk, maar ik dwong mezelf rustig te blijven. Na vijf Hele Lange Dagen vroeg ik om een klein glaasje cola. Een klein glaasje maar. Ik deed toch zo mijn best. Ze zei niets en schudde alleen haar hoofd. Het gebaar dat ik zo had leren haten brak de dam en mijn machteloze razernij stroomde uit heel mijn wezen. Ik schreeuwde dingen die ik mij nu niet meer herinner, ik vraag me af of het überhaupt wel verstaanbaar was.
Scheltens kwam langs ‘om te praten’. Hij heeft weinig gepraat, want op het moment dat hij mijn kamer binnenliep werd ik ziedend en schold ik hem de bril van zijn neus. Ik noemde hem een kwakzalver en een klootzak, dat kon hij nog wel hebben en hij bleef kalm. Toen ik hem dokter Mengele noemde, draaide hij zich met een stalen gezicht om en verliet mijn kamer. Ik hoorde hem kort tegen mijn moeder praten – ongetwijfeld geruststellende woorden over doorzetten en gezond worden – en toen was hij weer weg. Ik zweette en mijn hart ging tekeer. Desondanks begon ik weer te schreeuwen. “Kijk naar me, mam! Ik ben altijd dik geweest en dat zal ook zo blijven, snap je dat dan niet?” Geef me nou alsjeblieft wat te eten, ik heb zo’n hónger!” Dat laatste klonk kwaad en bang tegelijk, dat was ook precies hoe ik me voelde.
Die dag en de volgende praatte mijn moeder niet tegen me. Ze bracht me mijn maaltijden en gezonde tussendoortjes, ik at zwijgend. De honger maakte me gek, ik wist niet meer waar ik het zoeken moest. Binnen in mij voelde ik de woede groeien, ik kon het niet helpen. Ik was kwaad over mijn hulpeloosheid.
Toen mijn moeder weer tegen me sprak, zei ze dat Scheltens ons even met rust zou laten en volgende maand weer langs zou komen. Ik moest me geen illusies maken, ze zou mij aan het dieet houden. Dit zou gaan lukken.
“We kúnnen dit,” kweelde ze wanhopig vanuit de deuropening. Ze zette een stap naar me toe. “Lieverd, we doen het samen.” Weer twee stappen. “Ik doe dit voor jou!” Mijn handen verstrakten zich om de lege mok waaruit ik zojuist bittere thee had gedronken. “Dat snap je toch wel?” Nog twee stappen. “Dan kunnen we straks weer samen naar buiten, net als vroeger!” Ze klonk hysterisch. Ze strekte haar armen naar me uit. “Dan ben je normaal net zoals….” Dat was het moment waarop er iets in me knapte. Ik greep haar met één arm beet en sleurde haar half op mijn buik. “Ik bén normaal! Jij bent nooit tevreden!” Ik hief mijn mok boven haar hoofd, haar ogen leken te groot voor haar gezicht. “Ik ben voor jou NOOIT…..GOED…..GENOEG!” De laatste drie woorden gingen elk gepaard met het neerdalen van mijn hand. Ik was buiten mezelf van woede en bleef slaan, tot ik een prikkende druppel in mijn oog kreeg. Ik zag het bloed. Het haar van mijn moeder was nat, de onderkant van de mok was rood. Ik zag spetters op mijn shirt en wist dat ze ook op mijn gezicht zouden zitten.
“Mama?” Ik schudde haar zachtjes heen en weer en ze begon van me af te glijden. Ik probeerde haar vast te houden, maar ze was ineens zo zwaar geworden. Vlak voordat ze op de grond gleed zag ik haar lege blik, starend en verschrikkelijk.

Ik weet niet hoe lang ik hier al lig. Mijn moeder stinkt nu, dat weet ik wel. Ik kan niet aan de lucht wennen. Ik val vaak in slaap, maar dan zie ik die blik in haar ogen en schrik ik wakker. Ik stink ook, want mijn po is buiten bereik. Ik heb geprobeerd op te staan, maar het lukt niet. Ik heb mijn pogingen gestaakt, ik ben bang dat ik op mijn moeder val en niet meer weg kan komen. Ik heb geroepen, maar het voetpad is te ver weg en de ramen zitten dicht. Telkens als de telefoon gaat, lijken de mensen ondraaglijk dichtbij. Mijn darmen voelen aan alsof ze zijn begonnen zichzelf te verteren, ik weet dat het niet lang meer zal duren. Ik slaap en huil om de nachtmerries. Ik mis mijn moeder, het is allemaal mijn schuld. En ik heb zo’n honger.



Bevrijdende zonde

Anna staarde naar het plafond. Ze dacht aan het warme gevoel dat ze steeds vaker in haar onderbuik voelde, en soms nog lager. Het brandde dwingend wanneer ze Theo zag en als zijn blik die van haar ontmoette verspreidde de hitte zich door haar hele lichaam. Het voelde zondig en Anna dacht aan het verderfelijke verlangen waar vader Keenan over had gesproken. Ze vulde haar gebeden met verzoeken tot verlossing, maar het hielp niet. Zelfs nu, alleen in bed, voelde ze de pulserende warmte bij de gedachte aan hem. Ze bracht haar hand onder haar japon en streelde voorzichtig tussen haar benen. Ze voelde de hitte door haar slipje heen en ondanks dat ze alleen was kleurde de schaamte haar wangen rood. Geschrokken trok ze haar hand terug. Haar hart klopte in haar borst en keel, en ook daar beneden. Ze sloeg de deken van zich af en tuimelde onhandig uit bed. Ze knielde en de kilte van de vloer verspreidde zich door haar lichaam. Ze begon te beven en vouwde krampachtig haar handen samen op het bed. Ze bracht haar verhitte voorhoofd naar haar handen en bad tot haar God, nauwelijks hoorbaar.
“Almachtige Vader in de Hemel, geef mij kracht en verlos mij van zonde. Ik heb onzedige gedachten gehad over Theo, maar ik durf niet te biechten en dus biecht ik bij u. Ik weet dat mijn gevoelens voor hem verkeerd zijn, maar ik kan het niet alleen. Verlos mij van mijn zonde. Neem het weg, Heer, neem het weg.”
Anna bleef de laatste zin herhalen, steeds weer. Na een paar minuten verloor ze elk besef van tijd. Het beven stopte en zowel haar geest als haar lichaam raakten in een staat van trance door haar radeloze mantra. Neem het weg, Heer, neem het weg.
Na zo’n drie kwartier kwamen er geen woorden meer over haar lippen, maar Anna merkte het niet. Haar geest dreef in een stille poel van het diepste, donkerste water. Ze zonk naar beneden, steeds verder naar beneden, en vond troost in een droomloze slaap.

plof
Anna werd zich langzaam bewust van een stekende pijn in haar knieën en rug. Haar nek was stijf. Ze bewoog voorzichtig haar hoofd en merkte haar ineengeslagen handen op. Ze bracht slaperig haar hoofd omhoog en keek verbaasd op haar handen neer. Deze waren koud en gevoelloos, de verstrengelde vingers lijkwit in de duisternis.
plof
Ze keek gedesoriënteerd om zich heen en verzekerde zich ervan dat ze zich in haar kamer bevond. Ze zat nog in exact dezelfde positie als toen ze was gaan bidden. Haar lichaam voelde aan alsof ze uren zo gezeten had.
plof
Wat was dat voor geluid? Het kwam uit de richting van het raam achter haar. Ze ontvlocht haar stijve vingers en draaide zich om.
Ze keek naar het raam en wachtte. Niets.
Steunend op haar bed kwam ze overeind, haar lichaam kreunde. Ze maakte aanstalten om naar buiten te kijken, maar plots vloog er iets tegen het raam.
plof
Anna hapte naar adem en deinsde terug. Na een moment doodstil naar het raam gestaard te hebben zette ze zichzelf weer in beweging. Bedachtzaam zette ze de ene voet voor de andere, om vervolgens langzaam over de rand van het kozijn te kijken. Eerst zag ze niets bijzonders, maar toen bewoog iets zich in de duisternis onder haar raam. Het zwaaide. Het was Theo. Ze ging achter haar raam rechtop staan en luisterde direct of iemand anders in huis wakker was geworden. Niemand mocht hem zien. Ze luisterde gespannen, maar hoorde niets anders dan het zachte snurken van haar vader in de ouderlijke slaapkamer.
Ze keek naar Theo die onder haar raam stond te wachten, zijn gezicht naar haar opgeheven. Talloze gedachten vlogen door haar hoofd. Spannende, verlangende en angstige gedachten. De toekomstbeelden die voor haar geestesoog flitsten verschilden van elkaar als dag en nacht, maar kwamen allemaal uit op dezelfde vraag: Waar kies ik voor?
Anna dacht een moment na en stak toen twee vingers op. Twee minuten. Ze trok haar japon uit, griste de kleren die ze die dag had gedragen van haar bureaustoel, trok haar beha en shirt aan en na een peinzende blik op de lange rok trok ze haar kledingkast open en vond haar spijkerbroek die ze alleen mocht dragen tijdens haar werk in de tuin.
Ze liep voorzichtig de gang op richting de trap. Ze plaatste zonder geluid haar rechtervoet op de bovenste trede, maar toen ze haar andere voet optilde kreunde het hout luidruchtig. Anna bleef doodstil staan, haar hart dreunend in haar borst. Enkele ogenblikken stond ze daar, haar adem ingehouden en één voet in de lucht, bedacht op ieder geluid. De trap had haar verraden, haar vader zou wakker worden en haar midden in de nacht aantreffen in haar spijkerbroek, overduidelijk hard op weg om iets te doen dat ten strengste verboden is.
Niets. Anna ademde langzaam en beverig uit. Ze stapte achteruit en haalde voorzichtig haar voet van de trap, die dit keer niet protesteerde. Ze liep terug naar haar kamer en sloot geruisloos de deur achter zich. Ze opende haar raam en zwaaide het helemaal naar binnen. Theo stond er nog. Ze sloeg een been over de vensterbank, trok zich op en wurmde haar andere been door het raamgat. De opstaande rand van het kozijn deed pijn aan haar billen. Ze hield zich vast aan het kozijn en leunde naar voren om te kijken of er iets was waarlangs ze naar beneden kon klimmen. De regenpijp was net buiten haar bereik, evenals het rozenhek, al zou die laatste haar waarschijnlijk toch niet houden.
Theo fluisterde – sissend om wat volume te hebben – dat ze via het huis moest gaan. Ze schudde haar hoofd en legde haar vinger tegen haar lippen. Toen hij opnieuw aanstalten maakte om te protesteren wuifde ze ongeduldig met een hand om hem tot stilte te manen. Vervolgens wenkte ze hem met diezelfde hand. Theo positioneerde zich recht onder haar raam. Anna draaide haar lichaam en het kozijn dreef zich pijnlijk in haar heup. Ze haakte haar handen onder de vensterbank aan de binnenkant van het raam en wipte haar onderlichaam naar buiten. Onder haar hoorde ze Theo naar adem happen. Haar voeten trappelden in de lucht en Anna was zich sterk bewust van de afstand tussen haar en de grond. Ze verplaatste haar handen één voor één van de vensterbank naar het kozijn en viel zo’n twintig centimeter voordat ze haar vingers voelde verstrakken om de pijnlijke dunne rand. Theo fluisterde een reflexmatige aanroeping tot God en ze hoefde niet te kijken om te weten dat hij zijn armen in een reflex had uitgestrekt om haar op te vangen. Maar ze viel niet. Ze hing daar in stilte terwijl haar hartslag in haar keel dreunde. Nu kwam het erop aan. Ze voelde dat God naar haar keek en als hij van plan was haar te straffen voor haar ongehoorzaamheid zou dit het moment zijn. Ze keek met haar kin op de borst naar beneden. In de schaduw zag ze dat Theo klaarstond om haar op te vangen, de uitdrukking op zijn nauwelijks zichtbare gezicht voedde haar eigen angst. Haar verstand schreeuwde dat ze vast moest houden en weer naar binnen moest klimmen.
Straks breek je een been, hoe ga je dat uitleggen? Ga terug naar bed. Laat niet los!
Laat… niet… los!

Ze liet los, haar armen gespreid als vleugels. Ze voelde de zwaartekracht aan haar lichaam trekken en iets primitiefs in haar zond een beklemmende angstscheut door haar borst en keel. Ze probeerde in te ademen, maar haar keel werd dichtgeknepen. Toen was het voorbij. Ze plofte bovenop Theo en voelde tegelijkertijd zijn armen rond haar borst sluiten. Hij wankelde naar achteren, struikelde en tuimelde achterover. Hij had zijn armen nog steeds stevig om Anna heen en trok haar mee. Ze viel boven op hem en hoorde hoe de lucht uit zijn longen werd geslagen. Hij liet haar nog altijd niet los en secondenlang lagen ze daar, boven op elkaar, zwaar ademend.
Ze wachtte tot zijn greep verslapte en rolde opzij. Ze stonden moeizaam op, trillend op hun benen. Ze keken elkaar een moment aan, met grote verschrikte ogen. Toen schoten ze in de lach. Ze sloegen hun armen om elkaar heen en hingen in een geluidloze aanval van de slappe lach tegen elkaar aan. Anna sleurde Theo richting het tuinhek en legde, nog steeds lachend, haar vinger tegen haar lippen. Ze klommen over het hek en stonden op straat. Anna fluisterde: “Waar gaan we heen?”
“Naar de pastorie.” Hij pakte haar hand en leidde haar mee. Vader Keenan had daar in het begin van zijn carrière in het dorp – zo’n dertig jaar geleden – zijn intrek genomen, maar toen was de eerste winter gekomen. Het kleine gebouw was niet warm te krijgen en na twee maanden klappertanden was vader Keenan naar een woning elders in het dorp verhuist. De pastorie diende vanaf dat moment als ontvangst- en studieruimte. Vader Keenan verwelkomde er gasten die hem opzochten voor geloofszaken en alle tieners kregen er bijbelles.
“Hoe wil je daar binnenkomen? Ik ga niet inbreken, hoor!”
“Vader Keenan doet de pastorie nooit op slot. Hier in het dorp wordt toch niets gestolen.” Hij voegde er na een moment aan toe: “En misschien hoopt hij dat we ’s nachts stiekem zijn boeken gaan bestuderen, zodat we straks net als hij al die passages kunnen opdreunen. Je moet toch wát in het leven.”
Anna glimlachte in het donker.
Ze keek om zich heen. Nergens brandde licht, het dorp was in diepe slaap. Ze bedacht plotseling dat ze geen idee had hoe laat het was. Toen ze een hoek omsloegen en de kerk in zicht kwam, gaven de wijzers op de toren aan dat het kwart voor drie was. De nachten waren nog fris in de vroege lente, Anna voelde onder haar shirt het kippenvel op haar armen en borst verschijnen. Haar voeten waren ijskoud en ze vroeg zich af waarom ze niet tenminste sokken had aangetrokken.

Zoals Theo had beloofd ging de deur naar de pastorie zonder problemen open. Anna keek even om zich heen om er zeker van te zijn dat ze niet gezien waren en volgde Theo naar binnen, waarna ze de deur vergrendelde. Theo pakte Anna’s hand en leidde haar door de met banken en stoelen gevulde huiskamer naar het kantoor. Hier stonden een zwaar eikenhouten bureau, wat stoelen en een grote zitbank. Theo’s belangrijkste reden om Anna naar het kantoor te brengen, was het gebrek aan ramen. In het donker staarde hij door één van de ramen in de huiskamer. Hij zag niets bijzonders en sloot zachtjes de deur, het beetje licht van de straatlantaarns buitensluitend. Ze waren nu onzichtbaar voor de buitenwereld en Theo schuifelde voorzichtig naar het bureau om het leeslampje aan te doen. klik
Theo keek haar aan, zijn gezicht roodgekleurd door het schijnsel van de lamp. Anna liep naar hem toe. Ze hoorde Theo’s ademhaling versnellen terwijl ze tevergeefs probeerde die van haarzelf onder controle te houden.
Ze dacht na over wat ze zou gaan doen als ze voor hem stond, maar toen het een moment later zover was, was het alsof iets binnen in haar het roer overnam. De hitte steeg vanuit haar onderbuik naar haar borst en van daaruit naar haar hoofd. Ze kuste Theo vol op zijn mond, hard en onhandig. Ze voelde hem verstarren en even dacht ze dat hij haar weg zou duwen, haar zou zeggen dat dit een vergissing was geweest en dat ze terug naar huis moesten gaan. Maar in plaats daarvan sloeg hij zijn armen om haar heen en kuste haar terug. Ze stonden lang met hun lippen op elkaar in het zwakke schijnsel van de bureaulamp, ongeoefend en onzeker over wat nu de bedoeling was. Theo trok zich terug en keek in haar ogen. Beide ademden ze snel en schokkerig. Hij boog zich weer naar haar toe en kuste haar teder, zijn mond een beetje geopend. Anna voelde zijn tong zachtjes langs haar onderlip strelen en beantwoordde zijn kus. Ze begonnen langzaam, zoekend en ontdekkend. Hun kus werd steeds minder onhandig en ontaardde in een snelle, verhitte tongzoen. Anna drukte haar buik tegen hem aan en voelde dat hij hard was. Ze had altijd gedacht dat ze bang zou zijn voor dit moment, maar ze voelde geen angst en wilde niets liever dan toegeven aan haar verlangen. Nu was het Anna die zich terug trok. Ze maakte zich van Theo los en trok in een soepele beweging het shirt over haar hoofd. Ze maakte haar beha los en gooide hem opzij. Ze merkte dat Theo was gestopt met ademen. Zonder te pauzeren maakte ze haar broek los en trok hem uit, waarbij haar voeten bleven haken in de broekspijpen en ze bijna omviel. Met alleen haar slipje nog aan stond ze voor Theo. Ze keek hem vragend aan en alsof dat zijn teken was begon hij koortsachtig zijn eigen kleren uit te trekken, inclusief zijn onderbroek. Anna keek met grote ogen naar zijn kruis.
Ze keek hem aan en zei: “Die kan niet bij mij naar binnen, hoor. Dat past nooit!”
Theo keek peinzend omlaag. “Zullen we het proberen? Als het pijn doet stop ik meteen, dat beloof ik.”
“Oké.” Ze pakte zijn hand, leidde hem naar de bank en vleide zich neer. Theo ging naast haar benen zitten en streelde zacht haar dijen. Hij keek haar vragend aan. Ze knikte en hij trok haar slipje uit.
Hij ging op zijn knieën tussen haar dijen zitten en streelde haar. Anna sloot haar ogen. Ze voelde zijn handen zacht en warm op haar buik, toen op haar borsten. Haar huid sidderde onder zijn aanraking en ze verlangde meer naar hem dan ooit. Ze pakte zijn bovenarmen vast en trok zijn lichaam op het hare. Ze kuste hem onbeheerst en voelde hem hard tegen haar schaamlippen drukken. Hij trok zich terug en keek haar aarzelend aan.
“Doe maar, zachtjes.”
Hij liet zijn hand tussen haar benen glijden om te voelen waar hij naar binnen moest. Toen hij er klaar voor was, keek hij haar aan en begon voorzichtig te duwen. Er was een beetje pijn, maar niet veel. Sneller dan ze verwacht had zat hij helemaal in haar. Ze liet haar handen naar zijn onderrug glijden en duwde zachtjes. Ze bleven elkaar in de ogen kijken toen hij langzaam in haar begon te bewegen. Anna voelde opnieuw dat pulserende gevoel in haar onderbuik en vagina, groter en heftiger dan voorheen. Het werd een rode stromende waas en ze liet zich gewillig meevoeren, dieper en sneller tot ze dacht dat ze zou exploderen. Theo drukte hijgend zijn gezicht in haar hals en begon onbeheerst te beven.
Terwijl elke spier in haar lichaam zich samentrok hoorde ze Theo haar naam fluisteren, keer op keer.
Zeg het nog eens en nog eens, zeg het voor altijd. Ja, dit ben ik, ik ben Anna.

_________________
She is a woman crowned with a crescent
She is the Mother of all that lives
She is the Earth that is spinning in starlight
She is the Goddess of all that is


Omhoog
   
 
 Berichttitel: Re: Gula & Luxuria
Geplaatst: zo jul 21, 2013 10:28 am 
Avatar gebruiker

Geregistreerd: wo apr 10, 2013 10:39 pm
Berichten: 354
Woonplaats: Roswinkel
Prachtige verhalen :O echt ongelooflijk goed!


Omhoog
   
 
 Berichttitel: Re: Gula & Luxuria
Geplaatst: zo jul 21, 2013 11:44 am 
Avatar gebruiker

Geregistreerd: vr jun 21, 2013 4:38 pm
Berichten: 811
Woonplaats: Edam
Dank! En dank voor het lezen ook! Zulke lappen tekst op de computer schrikken mij altijd af.

_________________
She is a woman crowned with a crescent
She is the Mother of all that lives
She is the Earth that is spinning in starlight
She is the Goddess of all that is


Omhoog
   
 
Geef de vorige berichten weer:  Sorteer op  
Plaats een nieuw onderwerp Antwoord op onderwerp  [ 3 berichten ] 

Alle tijden zijn GMT + 1 uur


Wie is er online

Gebruikers op dit forum: Geen geregistreerde gebruikers. en 1 gast


Je mag geen nieuwe onderwerpen in dit forum plaatsen
Je mag niet antwoorden op een onderwerp in dit forum
Je mag je berichten in dit forum niet wijzigen
Je mag je berichten niet uit dit forum verwijderen

Zoek naar:
Ga naar:  
cron


Powered by phpBB © 2000, 2002, 2005, 2007 phpBB Group              Based on a design by QuakeZone
phpBB.nl Vertaling